[http://www.opvoedadvies,.nl]
[http://www.opvoedadvies.nl/sociaalfobie.htm]
[http://www.opvoedadvies,.nl]
[http://www.opvoedadvies.nl/dromen]
[./index.html]
[./contact.html]
[./products.html]
[./services.html]
[./company.html]
[Web Creator] [LMSOFT]
Waarvoor kan u bij mij terecht?
Begeleiding van kinderen en volwassenen met emotionele, relationele en opvoedingsproblemen.
Individuele therapie, relatietherapie en gezinstherapie.


Waar gaan de consultaties door?
De gesprekken vinden plaats op het volgende adres:

PSYCHOTHERAPEUTISCHE PRAKTIJK
ALAERTS HARRY
Reststraat 91
3390 Tielt-Winge
Belgium
TEL: (00) (32) 0474300232


Hoe meldt u zich aan?
U neemt telefonisch contact of u mailt me via mijn website om een afspraak te maken voor een intakegesprek.
Uiteraard kan u op dit nummer ook terecht voor vrijblijvende informatie over de werkwijze.

Inhoud:

¤ Wat is psychotherapie en wat heb je er aan ?

¤ Waarom in therapie gaan?

¤ Therapie bij kinderen en adolescenten.

¤ Therapie bij volwassenen.

¤ Welke behandeling kan gegeven worden ?

¤ Psychotherapie: behandelingsmethoden en technieken bij kinderen.

¤ Geestelijke gezondheidsproblemen herkennen bij kinderen en adolescenten.

¤ Wat houdt de behandeling in ?



Wat is psychotherapie en wat heb je er aan ?

Psychotherapie is een behandelmethode die wordt toegepast bij psychische klachten en problemen. De psychotherapeut geeft je ondersteuning zodat je effectiever leert om te gaan met psychische en emotionele problemen. Centraal hierin staat het aanmoedigen van je persoonlijke ontwikkeling opdat je de verantwoordelijkheid voor jezelf en je leven op je kan nemen. Hij helpt je om jezelf beter te leren kennen, je problemen te overwinnen en ze op te lossen met een behulp van een door hem gekozen werkmethode. De psychotherapeut lost geen problemen voor u op, maar helpt u nare dingen anders te zien, pijnlijke gevoelens te verwerken of moeilijke situaties anders aan te pakken. Het doel van de therapie is uw psychische klachten en problemen op te heffen, of zoveel te verminderen dat u er minder last van hebt.
Psychotherapie verwijst naarverschillende methoden en technieken die worden gebruikt om kinderen, adolescenten en volwassenen te helpen die problemen hebben met emoties en gedrag. Hoewel er verschillende psychotherapieën bestaan, berust elk ervan op communicatie als basisinstrument om iemands gevoelens en gedrag te veranderen. Psychotherapie kan individueel gebeuren, maar ook in groep of met het gezin.
De concrete vorm en inhoud van een psychotherapie wordt natuurlijk voor een groot deel bepaald door de werkwijze van de therapeut. Maar van even groot belang is de "fenomenologische definitie" die de cliënt geeft aan zijn probleem, zijn situatie en aan zichzelf.
Men bedoelt hiermee dat identieke gebeurtenissen door ieder mens op zijn individuele manier worden ervaren en beleefd, wat maakt dat men iemands situatie slechts kan begrijpen wanneer men niet alleen de objectieve geschiedenis kent, maar tevens de wijze waarop de persoon deze geschiedenis heeft beleefd.
Dit heeft voor de therapie een aantal consequenties. De therapeut kan niet zomaar het probleem van de cliënt opzoeken in de cataloog en dan de passende therapeutische techniek uit de grote "trukendoos" toveren. Goede therapie houdt in dat de therapeut eerst en vooral luistert naar, en probeert zich in te leven in de subjectieve belevingswereld van zijn cliënt, vermits hij slechts op deze manier een zicht kan krijgen op het belang, het gewicht en de ernst van het probleem. Vanuit dat fenomenologische zicht (waarin objectieve feiten en de subjectieve ervaring vervat zitten) kan hij met zijn cliënt gaan zoeken naar verandering.
Daarnaast blijft een cliënt ook een individu met zijn eigen sterke en zwakke kanten, met zijn eigen capaciteiten. Ook die persoonlijke kenmerken hebben een invloed op de vorm van een psychotherapie: ze bepalen namelijk in welke mate deze cliënt "vatbaar" zal zijn voor bepaalde therapeutische methoden. Het is bijvoorbeeld vaak zéér verhelderend om te werken met de dromen van mensen, maar sommigen dromen niet (of herinneren zich nooit een droom).
Om bepaalde veranderingen op gang te brengen kunnen fantasie- oefeningen een machtig middel zijn, maar de ene mens heeft nu eenmaal meer fantasie-capaciteiten dan de andere. Ook inzicht in zichzelf kan soms wonderen verrichten, maar inzicht vereist een zeker intellectueel niveau.
Kortom, de persoonlijkheid en het karakter van de cliënt bepalen in aanzienlijke mate mee het aangezicht van de therapie, en zelfs de duur ervan: een therapeut moet zich nu eenmaal aanpassen aan het ritme van zijn cliënt; wanneer hij te snel zou willen werken, kan de cliënt "niet meer volgen".
Holistische visie:

Een holistische visie op gezondheid impliceert erkenning van de wederzijdse afhankelijkheid van lichaam en geest in gezondheid en ziekte, en hieruit voortvloeiend de integratie van lichamelijke en psychologische therapieën.

Psychische houdingen en processen zijn niet alleen van betekenis bij het ontstaan van ziekten, maar beïnvloeden ook in sterke mate het genezingsproces.De psychosomatische aard van ziekten (waarbij de term psychosomatisch verwijst naar de nauwe samenhang tussen lichaam en geest), brengt ook de mogelijkheid tot psychosomatische zelfgenezing met zich mee. De relatieve bijdrage van patiënten- participatie en -verantwoordelijkheid in de behandeling van lichamelijke en geestelijke disfuncties zal dan ook geleidelijk aan meer gewicht moeten krijgen.Zoals reeds gezegd, moet het individu gezien worden als een onderdeel van grotere systemen (gezin, werkmilieu, gemeenschap), en staat ermee in voortdurende wisselwerking en interactie. Ziekte kan dus ook het signaal zijn van het disfunctioneren van de interactie met andere delen van het systeem. Vaak is het dan ook nodig om de aandacht te richten op het gezondmaken van deze interacties, om een optimale behandeling en genezing van een individu mogelijk te maken. Zo is ziekte bij één individu vaak het signaal van problemen en gebrekkig functioneren van het gezin waarvan hij deel uitmaakt. In zo’n geval is gezinstherapie, die gebaseerd is op een systeemgerichte aanpak, de meest aangewezen behandelingsmethode.Binnen de holistische visie moet de gezondheidszorg voornamelijk gericht zijn op het herstellen en instandhouden van het dynamisch evenwicht van individuele personen, gezinnen en andere sociale groepen.
Men moet rekening houden met de onderlinge afhankelijkheid van onze individuele gezondheid en die van grotere systemen waarvan we deel uit maken. Hierbij moet de individuele verantwoordelijkheid vergezeld gaan van maatschappelijke verantwoordelijkheid en zal individuele gezondheidszorg moeten samengaan met maatschappelijke inspanningen en beleid.
De behandeling of begeleiding zelf dient zo beperkt mogelijk gehouden worden, rekening houdend met de aangeboren groei- en genezingskracht van de mens zelf. Zij wordt vooral gericht op het aanleren van zelfstandigheid en het mobiliseren van de vitale krachten in de mens, om zelf tot een oplossing van problemen te komen.
Waar de "traditionele" behandeling de patiënt vaak onmondig en afhankelijk maakte of hield, wordt binnen de huidige visie de zelfverantwoordelijkheid en autonomie van de patiënt gestimuleerd worden.


Waarom in therapie gaan?

Het valt wel eens voor dat men z'n dagje niet heeft. Dat kan iedereen wel eens voorvallen. Maar soms kan het gebeuren dat iemand niet (meer) in staat is het hoofd te bieden aan zijn problemen. De reden om in therapie te gaan kan erg verschillend zijn. De aanleiding kan gelegen zijn in duidelijk aanwijsbare omstandigheden (bv. Scheiding, ontslag, verlies, teleurstelling...) maar evengoed in minder aanwijsbare psychische problemen. Voorbeelden daarvan zijn gevoelens van eenzaamheid en isolement, angst en depressie, het ongrijpbare gevoel dat het leven niet langer de vervulling oplevert die je had verwacht, het gevoel dat anderen je leven bepalen, enz. ...
Op zo'n moment kunnen personen uit de sociale omgeving dankbare steunpunten zijn. Maar soms kan het voorvallen dat er niemand is met wie het probleem besproken kan worden. Dat kan allerlei redenen hebben: angst om het aan je geliefde of vriend(in) te vertellen, schuldgevoelens, schaamte,... Misschien kan het zijn dat de oorzaak van het probleem verbonden is met juist die persoon met wie men normaal alles deelt. Of dat de omgeving van de persoon het probleem niet meer de baas kan. Of dat men liever eens praat met iemand die men in z'n sociale leven niet hoeft te ontmoeten. In zulke situaties kan psychotherapie een antwoord bieden. De problemen waarvoor mensen in psychotherapie gaan zijn heel uiteenlopend. Dit kan gaan over bijvoorbeeld: angsten, depressies, fobieën, het verwerken van een verlies, problematische rouw,... Ook voor het omgaan met existentiële twijfels en problemen kan men langsgaan bij een therapeut. Vaak liggen negatieve ervaringen en/of een gevoel van 'verlies' aan de problemen ten grondslag.
Psychotherapie verwijst naar verschillende methoden en technieken die worden gebruikt om kinderen, adolescenten en volwassenen te helpen bij psychische klachten en problemen. Hoewel er verschillende psychotherapieën bestaan, berust elk ervan op communicatie als basisinstrument om iemands gevoelens en gedrag te veranderen. Psychotherapie kan individueel gebeuren, maar ook in groep of met het gezin.  Gedurende die gesprekken bespreekt u uw problemen en klachten. Het is niet zo dat de psychotherapeut uw probleem oplost voor u. De verantwoordelijkheid hiervoor ligt bij uzelf. De psychotherapeut kan u helpen onaangename zaken anders te zien, u helpen uw verlangens te ontdekken, pijnlijke gevoelens te verwerken of dingen anders aan te pakken. Het doel van de therapie is dan om u te helpen uw psychische klachten te verlichten op een volledig onafhankelijke manier. De psychotherapeut dient zich tenslotte overbodig te maken !
Tijdens de therapie zal de therapeut beginnen met het maken van een "functie-analyse": samen met de cliënt wordt nagegaan hoe het probleemgedrag ontstaan is en hoe het verder in stand gehouden wordt. Meerdere factoren kunnen daarbij een rol spelen: vroegere negatieve ervaringen, belangrijke levensgebeurtenissen, invloeden van de omgeving, enzovoort. De specifieke probleemgedragingen worden gezien als een bijna automatische reactie op bepaalde prikkels; er zal ook gezocht worden naar factoren die het probleemgedrag stimuleren of juist afremmen; bovendien zal men ook oog hebben voor de gevolgen van de klachten voor het leven van de cliënt, en welke plaats ze in zijn leven zijn gaan innemen.
Voelt de therapeut aan dat zijn denkrichting niet zo geschikt is om te werken aan de specifieke problemen waarmee de cliënt zich bij hem aanbiedt, dan zal hij een andere therapeut voorstellen die volgens hem beter in staat is om de gepaste hulp te bieden.
"Geestelijke" of "psychische" gezondheid:

Volgens MASLOW hebben mensen een ‘strevende aard’, schijnen een soort energiebron in zich te hebben welke hen doet verlangen naar méér, verder, breder, voller, zinniger, meer vervullend (FREUD noemde dat ‘libido’, MASLOW spreekt van een tendens naar zelfrealisatie).
De psychisch gezonde mens zoekt naar mogelijkheden om het beste van zichzelf te maken, in zijn eigen sociale context en met zijn eigen capaciteiten. Slaagt hij daarin niet, dan voelt hij zich onbevredigd, gefrustreerd, zoekt hij naar ontsnappingswegen; maar het streven blijft bestaan. Altijd weer zien we dat mensen blijven vechten tegen wat hen inperkt, tegenhoudt, afremt.
Naast die nood aan groei, aan zelfrealisatie, heeft ieder mens ook behoefte aan veiligheid, zekerheid, bescherming. Een gebrek aan veiligheid en zekerheid heeft een negatief effect op de groei. Gedreven door angst klampen sommige mensen zich vast aan het verleden, schrikken terug voor onafhankelijkheid, durven geen risico nemen, enz.
Beide krachten, de behoefte aan groei enerzijds, de behoefte aan veiligheid anderzijds, zijn eigen aan ieder menselijk wezen en vormen een fundamenteel dilemma in het menselijk bestaan. Ze zijn met elkaar verstrengeld in de zin dat zelfrealisatie en groei slechts mogelijk zijn wanneer er ook voldoende veiligheid bestaat.
Een kind dat zich bedreigd weet en onzeker is, zien we veel minder nieuwe dingen ondernemen en exploreren, ook al is ondernemingslust en exploratiedrang kenmerkend voor kinderen, ook al is dat in de eerste levensperiode de manier waarop de kleine mens zijn mogelijkheden onderzoekt en "zichzelf realiseert".
Inplaats daarvan zien we dat kind zoeken naar veiligheid, bijvoorbeeld door alleen de dingen te doen die door de omgeving expliciet goedgekeurd worden, door alleen iets te riskeren als mama in de buurt is, m.a.w. door zijn ondernemingsdrang min of meer op te geven omwille van de veiligheid. De groeitendens wordt dan op de achtergrond geschoven en vervangen door gedrag dat erop gericht is om ouders en andere gezagsfiguren te behagen, en zich te vrijwaren van afkeuring en isolatie. Mutatis mutandis zien we hetzelfde patroon trouwens ook bij onszelf optreden: onzekerheid en een gevoel van onveiligheid doen ons eerder in de schelp kruipen dan dat het ons stimuleert om nieuwe mogelijkheden te verkennen.
Hoewel de behoefte aan zelfrealisatie kan afgeremd en op de achtergrond gedrongen worden, toch blijft de "energiebron" wel degelijk bestaan, zoekend naar vervulling. De groei-energie blijft dus wel aanwezig, maar ze is dan vaak "verkeerd gericht": ze kan afglijden naar een streven dat niets meer te maken heeft met zelfvervulling, maar eerder een constant zoeken naar veiligheid weerspiegelt. Dat noemen we het neurotische streven: ik wil de mooiste, de beste, de slimste, de rijkste zijn ...
Men kan rustig stellen dat iedereen in zekere mate neurotisch is, geestelijk "ongezond" functioneert. Bijvoorbeeld wanneer we ons gedrag meer afstemmen op wat anderen van ons (lijken te) verwachten, inplaats van datgene te doen wat eigenlijk "goed" is voor ons, wat we in feite willen. Of wanneer we ons vastklampen aan oude gewoonten, waarbij we ons wel zekerder voelen maar die ons ook ter plaatse doen trappelen. Of wanneer we onze beste krachten besteden aan het waarmaken van de identiteit die anderen ons toeschrijven. Of wanneer we handelen zonder nog goed te beseffen wat ons bezielt.
Neurose is geen ‘voorrecht’ van enkelingen die we als min of meer geestesziek bestempelen: we handelen allen neurotisch zodra ons gedrag niet meer afgestemd is op onze werkelijke noden.
We overleven dat meestal wel, natuurlijk. We leren leven met ontevredenheid, we leren ons neerleggen en opgeven, we laten onze idealen achter en worden ‘realisten’. Kortom, we proberen ons aan te passen aan de grenzen en beperkingen die het (onveilige) leven ons heeft opgedrongen.
Wanneer mensen besluiten om "in therapie" te gaan, is het meestal slechts wanneer het leven onleefbaar geworden is, wanneer er een ‘breekpunt’ is dat signaleert: het kan niet verder, niet op deze manier. Bijvoorbeeld:

    * wanneer voortdurende spanningen en constante zelfcontrole geleid hebben tot rugklachten;
    * wanneer de opgekropte kwaadheid tenslotte geleid heeft tot een depressie;
    * wanneer de angst voor het oordeel van de anderen tenslotte zo overheersend wordt dat men niet meer de deur uit durft;
    * wanneer men zijn driftbuien niet meer onder controle kan houden, tenzij door te drinken of te slikken;
    * wanneer men de gedachte aan zelfmoord niet meer kan opzij zetten, omdat eenzaamheid en isolatie ondraaglijk geworden zijn.

Vaak hebben mensen ernstige lichamelijke klachten of crisis-situaties nodig om het besef te laten doordringen dat het zo niet meer verder kan, dat er dringend iets moet gaan gebeuren.
En eens dat besef bestaat, kost het vaak nog heel wat tijd en moeite om de drempel naar therapie te nemen: men moet eerst nog de mythes ("therapie is alleen voor gekken") en de angsten (het fundamentele gevecht tussen het verlangen naar en de angst voor verandering, "wat gaan ze daar met mij doen ?") overwinnen.
Als u hulp zoekt voor psychische problemen, is een gesprek met uw huisarts een goede eerste stap. De huisarts kan u helpen om problemen op een rijtje te zetten en u informeren over mogelijkheden van hulpverlening. Psychotherapie is niet de enige mogelijkheid. Soms is hulp van een maatschappelijk werker meer aangewezen. In overleg met uw huisarts kunt u bepalen of u wilt worden doorverwezen naar een psychotherapeut (http://www.vvpp.be/nvp/algemeen.html).


Therapie bij kinderen en adolescenten.

Soms krijg je het gevoel dat het niet meer lukt;  je maakt je zorgen over je kinderen, ze zijn druk en moeilijk of lopen er ontevreden bij en je weet niet meer hoe ermee om te gaan. Iedereen heeft dit gevoel wel eens. Alles lijkt vast te lopen.
Therapie kan helpen om er terug samen door te komen.  Samen zoeken we uit hoe je jezelf, je kind, je gezin het best kan helpen en hoe je dan weer tot rust kan komen.
De problemen van kinderen en jongeren zijn uiteenlopend van aard en kunnen verschillende typen klachten tot gevolg hebben. Soms zijn de klachten naar binnen gericht, bv. Als een kind veel piekert, angstig is, of last heeft van gevoelens van minderwaardigheid of somberheid. Andere klachten zijn meer naar buiten gericht en komen tot uiting in de relatie met anderen bv. Liegen, pesten of agressief gedrag. Er kan sprake zijn van eet-, slaap, en zindelijkheidsproblemen of lichamelijke klachten die niet medisch te verklaren zijn. Dit kan vele oorzaken hebben: problemen met de leeftijdgenootjes (zoals pesten), problemen thuis, een plots verlies van een dierbare of van eigen mogelijkheden (door bijv. een ongeval), het besef van eigen beperkingen (leermoeilijkheden of een handicap), …Soms zijn er problemen in de opvoeding, met het gedrag op school of de leerprestaties. Tenslotte zijn er problemen die specifiek bij een bepaalde levensfase horen, zoals de emotionele en lichamelijke ontwikkeling bij jongeren in de puberteit.
De noodzaak van een psychotherapie wordt geëvalueerd op basis van de huidige problemen van het kind, de geschiedenis, het ontwikkelingsniveau, het vermogen om mee te werken met de behandeling en welke interventies de grootste kans maken om te helpen. Psychotherapie wordt vaak gecombineerd met andere behandelingen (geneesmiddelen, gedragsbeheer of interventies op school). De band die ontstaat tussen het kind en de therapeut is erg belangrijk. Het kind moet zich op zijn gemak, veilig en begrepen voelen. Daardoor gaat het kind gemakkelijker zijn gedachten en gevoelens uiten, waardoor het voordeel haalt uit de therapie. Voor kinderen en adolescenten zijn spelen, tekenen, bouwen, doen alsof en ook praten belangrijke manieren om gevoelens te delen en problemen op te lossen.
Psychotherapie kan een emotionele steun zijn, conflicten met anderen oplossen, de jongeren de mogelijkheid bieden hun gevoelens en problemen te begrijpen en nieuwe oplossingen uitproberen voor oude problemen. De doelstellingen van de therapie kunnen specifiek zijn (een gedragsverandering, betere relaties met vrienden) of meer algemeen (minder angst, beter zelfbeeld). De duur van de psychotherapie is afhankelijk van de complexiteit en de ernst van de problemen. Hierbij wordt een hulpverlenersplan opgesteld. Welke doelstellingen kan een hulpverlenersplan bevatten: Zorgen voor positieve ervaringen, verbeteren van het zelfbeeld, aanleren van sociale vaardigheden, veilig klimaat bieden, …

Ouderbegeleiding:

Kinder- en jeugdpsychotherapie vindt plaats in nauwe samenwerking met de ouders, vervangende verzorgers of met het hele gezin. Naast de behandeling van het kind, is er altijd een vorm van ouderbegeleiding. Omdat kinderen zijn ingebed in een gezin is het noodzakelijk om enerzijds het kind te helpen en anderzijds afstemming te zoeken met de ouders of opvoeders. De ouderbegeleiding kan bestaan uit gesprekken waarin de opvoeding en het gezinsleven besproken worden. Soms is uitleg over de problematiek van het kind en de effecten daarvan op de rest van het gezin nodig. Meer kennis van de problematiek en een beter begrip van de aard van hun kind kunnen ervoor zorgen dat ouders succesvoller worden in hun aanpak.
De psychotherapeut bekijkt samen met de ouders en het kind welke aanpak het meest zinvol is. Indien u voor uw persoonlijke of gezinssituatie met vragen zit, dan helpen wij u om samen naar een geschikte aanpak van de problematiek te zoeken.
Bij ouderbegeleiding leren ouders hoe ze het best kunnen reageren op hun kind bij problemen. Hierbij komen pedagogische vaardigheden aanbod en methodieken die ze zelf kunnen toepassen. Bijvoorbeeld angst bij kinderen neem je steeds serieus maar besteed niet te veel aandacht aan de angst zelf dit kan de angst versterken. Biedt je kind veiligheid door zowel aanwezig te zijn als hem te steunen. Geef zelf het goede voorbeeld, kinderen nemen snel angsten over van hun omgeving probeer daardoor je eigen angsten niet over te dragen. Versterk hun zelfvertrouwen, hoe positiever het zelfbeeld van kinderen, hoe meer ze in staat zijn hun angst of andere problemen het hoofd te bieden.
Behandeling

De kinder/jeugdpsychotherapeut kan kiezen voor een directe of een meer indirecte aanpak van de problemen. Een directe aanpak kan inhouden: samen met het kind zoeken naar waar het bang voor is, waar dat mee te maken heeft en hoe het kind zelf denkt over mogelijke oplossingen.
Bij een indirecte manier van werken wordt het kind uitgenodigd om uit te drukken wat het bezighoudt. Hierbij is het spel de meest gebruikte manier om zich duidelijk te maken. Daarnaast vinden ook gesprekjes plaats. Werken met creatief materiaal kan een onderdeel zijn van de therapie. Afhankelijk van de aard van de problemen kan de aanpak gericht zijn op het verwerken van ervaringen van vroeger of meer gericht zijn op het vinden van een oplossing voor problemen in het heden. Naast de behandeling van het kind, is er altijd een vorm van ouderbegeleiding.
Met kinderen een open verbale communicatie hebben is niet eenvoudig. Daarom werk ik met kinderen vooral met symboolcommunicatie en andere creatieve technieken. Kinderen komen o.a. door scheiding, rouw en emotionele problemen vaak in een situatie terecht waardoor ze zelf nauwelijks of geen woorden kunnen vinden voor wat ze innerlijk voelen veranderen.
Wat ze voelen, wat ze beleven, welke gevoelsindrukken ze over iets hebben, kunnen ze echter wel uitdrukken in SYMBOLEN, dat is iets dat hen veel gemakkelijker ligt, het past veel meer bij hun leefwereld. Symboolcommunicatie is een helende vorm van speltherapie voor kinderen tussen 4 en 12 jaar die de polariteiten in hun beleving uitdiept en daardoor ruimte maakt voor verwerking en innerlijke groei.
Kinderen denken magisch en in beelden en niet logisch of realistisch. Bv. als er een stoel valt denken ze dat hij pijn heeft en dus ook gevoelens heeft. De therapeutische werking vindt dus op onbewust niveau plaats. Ze bevatten een wijsheid die tot dieper inzicht in de eigen belevingswereld van de mens kan leiden, omdat de in de sprookjes voorkomende symbolen afkomstig zijn uit het collectief onbewuste, waardoor ze in het onbewuste van ieder mens sluimerend aanwezig zijn. Sprookjes brengen in het onbewuste van het kind een zodanige ordening in de daar al aanwezige bouwstenen, dat het huis van hun persoonlijkheid op een evenwichtige manier vorm kan krijgen. De door het sprookje opgeroepen herkenbare emoties zullen de vensters zijn waardoor de indrukken van het buitengebeuren in de veilige binnenwereld worden waargenomen beoordeeld en aan elk daarvan een eigen plaats kan worden toebedeeld.

Gevoelens zijn boodschappers:

We merken dat kinderen nood hebben aan het ervaren van realiteiten (leren lopen, fietsen, spelen, problemen oplossen; grenzen, ziekte, sterven, dood…) en dat we er niet van mogen uitgaan dat kinderen ons wel op ons woord zullen geloven. Over wat ze niet hebben ervaren gaan ze vaak vreselijke dingen fantaseren.Omdat het niet zo evident is om te communiceren en een vertrouwensrelatie opbouwen met een kind maak ik gebruik van symboolcommunicatie en projectietechnieken. Via tekeningen, kleien, speelgoed, poppetjes, rituelen… gaan we samen met hen op verkenning in hun beleving van de gebeurtenissen en hun gevoelens daarbij, zodat ze het proces kunnen aangaan om bij emotionele moeilijkheden innerlijk te groeien.


Therapie bij volwassenen.
Therapieindicatie

Ik werk intuïtief met verschillende behandeltechnieken vanuit kennis en ervaring gebaseerd op een wetenschappelijke opleiding. Na een inleidend gesprek kan de behandeling voortgezet worden met een combinatie van Jungiaanse psychologie, gestalttherapie, gesprekstherapie, bio-energetica en psychosynthese.
Vanuit het concept van de karakterstructuren (W. Reich) wordt er gewerkt met tal van eigentijdse technieken. Dat zijn ondermeer cognitieve therapie, counseling,  visualisaties, fantasieoefeningen, kunstzinnige technieken,  droomwerk, rollenspel, biografiewerk, lichaamswerk (bio- energetica, A.Lowen), chakrahealingen dialoog met het innerlijke kind.
Mijn behandeling is geschikt voor mensen die hulp zoeken nadat er een ernstige gebeurtenis in hun leven heeft plaatsgevonden (overlijden van een familielid of vriend, verliezen van werk, een ongeval enz.), voor mensen die aan een lichamelijke ziekte lijden en daarin begeleid willen worden  of ook voor familieleden van ernstig zieken die zich geen raad meer weten met de zware last die ze willen helpen meedragen.
Ook werk ik met getrouwde of ongetrouwde stellen die in een crisis zijn terechtgekomen of aan hun relatie willen werken. De verhouding tot de kinderen en de eigen ouders kan daarbij betrokken worden.
Iemand die problemen heeft op het werk zoals het hebben van autoriteitsconflicten, geïsoleerd raken binnen een team of toenemend lijdt aan een burn-outsyndroom, kan bij een psychotherapeutische ondersteuning gebaat zijn.
Een therapie kan heilzaam zijn voor mensen die steeds weer met dezelfde situaties worden geconfronteerd, in een cirkel rondlopen of problemen ervaren waar ze geen raad met weten.

Ten eerste zal elke therapeut, op zijn manier, zorgvuldig beluisteren wat de klachten zijn van degene die om therapie vraagt. Deze fase biedt ook de kans om "stoom af te laten", waardoor men de problematiek ook rustiger kan bekijken.
Ten tweede zal een therapeut zichzelf (en wellicht ook aan de cliënt) de vraag stellen: welke gedragingen, welke gedragspatronen zijn hier een signaal van "afgebogen" of "verkeerd gerichte" energie? Vermits elke psychotherapeut zal streven naar geestelijke gezondheid bij zijn cliënt, zal hij dus ook een zicht moeten krijgen op welke punten deze persoon geestelijk ongezond funktioneert, en in welke gedragingen dit tot uiting komt.
Ten derde zullen therapeut en cliënt voor de vraag staan hoe deze verkeerd gerichte gedragspatronen in stand gehouden worden. M.a.w. hoe komt deze cliënt steeds weer terecht in hetzelfde neurotische gedrag, ook al zegt hij dat hij het eigenlijk anders wil ? Deze vraag kan er bijvoorbeeld toe leiden dat men op zoek gaat naar de verborgen voordelen van het ongewenste gedrag, gedrag dat dan wel pathologisch is maar zeer vaak groeide vanuit een streven naar veiligheid (het weze dan pseudo-veiligheid) die de cliënt niet graag wenst te verliezen. Therapeut en cliënt kunnen ook vaststellen dat de ‘ongewenste’ gedragingen mee in stand gehouden worden door een van de "systemen" waarvan de cliënt deel uitmaakt (een partnerrelatie, een gezin ...); de therapeut kan dan voorstellen om bvb. de partner te betrekken bij de therapie.
Ten vierde is er de vraag: Wat is de "lading" van deze gedragspatronen ? Hoe diep zitten ze ingeworteld ? Gaat het om slechte gewoonten die gemakkelijk af te leren zijn, of gaat het om patronen die hun oorsprong vinden in het verre verleden van de cliënt ?
Het antwoord op deze vraag zal mede bepalen welke de meest geschikte vorm is van therapie. We weten bijvoorbeeld dat slechte gewoonten vlot kunnen aangepakt worden via gedragstherapie; maar als de "lading" blijkt te bestaan uit onvervuld gebleven kinderlijke behoeften, zal men moeten uitkijken naar een diepergaande vorm van therapie. En dan is er tenslotte de vraag: wat moeten we in deze therapie dus proberen te veranderen, en als dat duidelijk is, op welke manier gaan we dat doen ?
De psychotherapeutische visie

De psychotherapeutische visie gaat ervan uit dat de wortel van moeilijkheden ligt in de kindertijd of aan duidelijk aanwijsbare omstandigheden. Psychotherapie kan je die ondersteuning bieden door opnieuw contact te leggen met de oorspronkelijk pijn en die te leren transformeren in zelfaanvaarding en vergeving.
Vanuit de contextuele therapie gaan we de volledige "context" van de cliënt bekijken; relaties, familie, vrienden, werksituatie, ziektes…
Vroeg of laat zullen we allemaal vrede moeten sluiten met onze ouders, hoe kwaad we ook op hen zijn en hoeveel pijn ze ons misschien ook gedaan hebben. Ze hebben gedaan wat ze konden en met te willen dat ze het beter gedaan hadden, schiet je niets op. In feite moeten de ouders "ontouderd" worden zodat we de wrok, het zoeken naar en wachten op hun liefde, kunnen opgeven en loslaten.Wat de aanleiding ook mag zijn, feit is dat het vaak een onmogelijke opdracht is om diep liggende problemen op eigen kracht aan te kunnen. Het is een belangrijke stap vooruit wanneer je je eigen tegenstrijdigheden weet te begrijpen en ze vandaar uit leert te accepteren. Dit in de wetenschap dat veel frustraties in feite te wijten zijn aan onwetendheid en gebrek aan inzicht op vlak van je eigen functioneren.
Daarom hebben alle aangewende technieken de bedoeling om het masker van schijngedrag, inclusief de schijnbehoeften die eruit voortvloeien, te laten varen en opnieuw contact te leggen met het authentieke maar diep gekwetste kind in onszelf, het te helen en het de ruimte te geven waar het als liefdeswezen recht op heeft.
En zo kom je tot zelfacceptatie: de heilzame ontdekking en de overtuiging dat je goed bent zoals je bent.
Voor meer informatie over het gekwetste kind in onszelf kan men terecht op de website van Raymond Stevens, http://www.ankhconsult.be

Ontwikkelingspsychologie en de centrale rol van de relatie met onze ouders.

Om te begrijpen op welke uitgangspunten psychotherapie gebaseerd is maken we een korte verkenning van de ontwikkelingspsychologie. We kunnen onszelf én elkaar alleen maar liefhebben op de manier waarop anderen ons hebben liefgehad. Uiteraard speelt de band die we hadden met onze ouders hierin een allesoverheersende rol.
Als kleine baby konden we niet overleven zonder de innige en koesterende liefde van in de eerste plaats de moeder. Daarom is de babyliefde in wezen erg egoïstisch van aard: een baby eist de totale én exclusieve liefde op, hij verdraagt bijvoorbeeld niet dat de moeder haar liefde deelt met een broertje of zusje - hij wil werkelijk alles voor zichzelf.
Dat kan uiteraard niet en wegens die totale afhankelijkheid zal het kind moeten leren om de moeder ter wille te zijn; het kan niet anders dan zich aan te passen teneinde die verzorgende en levensnoodzakelijke liefde niet te verliezen. Het is begrijpelijk dat het kind alle liefde wil nemen, maar daar staat tegenover dat de meeste ouders evenmin in staat zijn om werkelijk volwassen liefde te geven. Immers ook zij kwamen liefde tekort en ook zij liepen hun trauma’s op.
Onbewust en ongewild geven ze hun pijn door aan hun kinderen en daarom kunnen ze hen alleen maar pseudo-genegenheid geven.
Het is van belang om erop te wijzen dat kinderen al in een heel vroeg stadium kunnen geconfronteerd worden met diepgaande pijnlijke ervaringen die in de psyche worden gegrift.
Het gekwetste kind en het ontstaan van schaamte- en schuldgevoelens.

Veruit de meeste kinderen werden opgevoed met het beloning/straf systeem dat beoogt je goede kanten te stimuleren en je "slechte" te onderdrukken. Het wapen daartoe is straf - in wezen het manipulerend terugtrekken en weerhouden van liefde. Dat doet het weerloze en onschuldige kind onnoemelijk veel pijn, juist omdat het zich beschaamd en schuldig gaat voelen. Hoewel het gevoelens niet kan vertalen in gedachten "denkt" het niettemin daarvan zélf de oorzaak te zijn en dus straf verdiend te hebben.
Een normale, gewettigde en natuurlijke reactie op dat onrecht ligt in het spontaan uitdrukken van protest. Maar ook dat wordt gesmoord want elke vorm van opstandigheid eindigt nagenoeg zeker in dubbele straf.
Na tal van vergeefse pogingen rest het gekwetste kind uiteindelijk niets meer dan elke poging tot protest in te slikken. Het kan niet anders dan de agressie tegen zichzelf te keren: het voelt niets dan kwaadheid, woede, wrok en zelfs haat - het zou zijn ouders wel kunnen vermoorden!
Deze negatieve gevoelens worden afgedekt door een diep schaamtegevoel want, hoe kan je je ouders haten terwijl je ze hoort lief te hebben en zelfs te eren?
Niet zelden gaat het kind de schijn wekken zich aan te passen terwijl het zich tegelijk innerlijk verzet: "ik zal luisteren, maar ik werk niet echt mee".
Diep in zichzelf verborgen draagt het kind een schuldig en angstig geheim mee omdat het beseft niet zo goed te zijn als het zich via zijn geveinsd aanpassingsgedrag voordoet. Het zich ontwikkelende ego bouwt zich op rond deze schuldgevoelens – "ik ben slecht en doe dit mijn ouders aan" - en daarmee verwijdert het zich langzaam van zijn diepste en meest oorspronkelijke kern. In de plaats daarvan ontstaat een identiteit die omweven en toegedekt is met schaamte, zelftwijfel en zelfveroordeling.
Het is dit gevoel van schuldig zijn dat uiteindelijk een tweespalt in de persoonlijkheid veroorzaakt: schuld en schaamte worden als een onlosmakelijke schaduw verborgen gehouden en naar buiten uit afgedekt met een vals masker van aanpassing aan de eisen van de ouders én, in algemene zin, van de wereld.
In wezen stelt dat masker zodanig hoge eisen aan onszelf dat we die nooit zullen kunnen waarmaken. Ideaalbeelden zoals bijvoorbeeld "ik moet sterk zijn en mag nooit zwakheid betonen" leiden niet alleen tot gevoelsvervreemding maar zijn uiteindelijk onhoudbaar.
Daarmee verliezen we langzaam maar zeker het oorspronkelijke besef van wie we zijn: we groeien weg van onszelf, het contact met het kind in onszelf wordt afgebroken terwijl de levensvreugde die ervoor was weggelegd een flinke knauw krijgt. Tegelijk worden de meest natuurlijke impulsen en behoeften die bij dat oorspronkelijke Zelf behoren, verdrongen in een taboesfeer.
Beelden uit de kindertijd als fixatie van even onbewuste als primitieve conclusies.

Laat ons eerst duidelijk stellen wat de betekenis hier is van een "beeld". Een beeld is een stabiel en langdurig patroon van reageren dat zich ontwikkelt in de kindertijd en uitgebreid wordt gedurende het leven van een individu. We bekijken de wereld door de gekleurde bril van onze beelden. Beelden zijn belangrijke overtuigingen en gevoelens over zichzelf en de omgeving, die het individu aanneemt zonder zich daarover vragen te stellen.
Zulke beelden houden echter zichzelf in stand en bieden hardnekkige weerstand tegen verandering. Kinderen bijvoorbeeld die het beeld ontwikkelen dat ze onbekwaam zijn, dagen die overtuiging zelden uit, ook niet als ze volwassen zijn. Ze blijven als het ware gevangen in dat beeld dat zich steeds opnieuw zal bevestigen. Zulke hardnekkige beelden verdwijnen meestal niet zonder therapie. Zelfs succes hebben in het leven is niet genoeg om beelden te veranderen. Beelden vechten voor hun overleving en doen dat met succes.
Ook al blijven beelden bestaan nadat ze gevormd zijn, we zijn ons er niet van bewust. Ze opereren op subtiele wijze buiten ons bewustzijn. Pas als een beeld wordt opgeroepen door bepaalde gebeurtenissen, worden onze gedachten en gevoelens door de beelden gedomineerd. Het is juist op zulke momenten dat mensen erg negatieve emoties ervaren en disfunctionele gedachten hebben.
In de kindertijd heeft ieder van ons de eerder geschetste ontwikkelingen doorlopen en bepaalde beangstigende ervaringen of z.g. trauma's beleefd. Het is van groot belang om zich als volwassene daarvan bewust te worden. Aan elk "beeld" dat onze ouders ons voorhielden hebben we onbewust een bepaalde vrij veralgemeende  conclusie gekoppeld.
Aan die vroegere beelden - gekoppeld aan de onbewuste herinnering aan opgelopen trauma’s - zijn namelijk consequenties vastgeknoopt die weliswaar voor iedereen enigszins verschillen, maar die niettemin het leven kunnen ombuigen tot een pijnlijk en moeizaam leerproces.
Zelfonderzoek inzake deze beelden kan ons brengen bij o.m. de neigingen tot

    * uiterlijk vertoon dat in wezen angst afdekt
    * concurrentiestrijd en arrogantie
    * manipulerend en vernederend gedrag
    * egoïsme en overdreven eigenliefde (narcisme)
    * angst voor afhankelijkheid dan wel voor zelfstandigheid en autonomie
    * willoze onderwerping aan de macht en de wil van anderen
    * opofferings- en slachtoffergedrag
    * manipulatieve ruilhandel in relaties: "voor wat hoort wat"
    * de overtuiging geen liefde waard te zijn of niks te bieden te hebben en "slecht" te zijn
    * gevoelens van waardeloosheid
    * angst voor overgave aan het leven
    * angst voor seks en een innerlijk verbod om te genieten >
    * het "helpersyndroom" waardoor we dwangmatig anderen willen helpen die er nog slechter aan toe zijn dan wijzelf
    * zelfverlaging en zelfverachting met daaraan gekoppeld al dan niet bewuste zelfbestraffing en masochisme
    * overdreven prestatiedrang

Het is het terrein van de psychotherapie om die nadelige patronen terug te voeren tot het oorspronkelijke beeld waarvan ze alleen maar een uitdrukking vormen. Immers, enkel en alleen op dàt oorspronkelijke niveau kan een definitieve heling plaats vinden.
Het gekwetste kind en het ontstaan van een bepaalde karakterstructuur.

Teneinde belangrijke samenhangen te begrijpen die verderop aan bod komen, dienen we eerst stil te staan bij de manier waarop het Zelf is opgebouwd en te begrijpen welke defensies of afweermechanismen het benut om te overleven. Daartoe gaan we uit van een universele ontwikkelingsmodel dat we hier in het kort schetsen.
Ieder mens past zich als kind aan zijn omgeving aan. Dit socialiseringsproces vormt een normaal gebeuren, ongeacht de omgeving waarin het kind opgroeit, ongeacht geërfde genetische factoren.
De belangrijkste en sterkste kracht die het kind ertoe aanzet een ego op te bouwen berust op de behoefte om zich erkend te weten door zich uit te drukken teneinde fysiek, emotioneel en mentaal te overleven. Is het een fundamentele behoefte van elke volwassene om serieus genomen te worden en zich gerespecteerd te weten, dan is dat voor een zuigeling niet anders. In al zijn hulpeloosheid en volslagen afhankelijkheid voelt het identiek dezelfde primaire behoeften. Voor hem is het zelfs levensnoodzakelijk om respect en verdraagzaamheid te voelen voor zijn eigenheid en begrepen te worden in zijn gevoelens, gewaarwordingen en de uitdrukking daarvan.
Vanaf het moment van zijn geboorte "test" het kind voortdurend de wereld om zich heen om te kijken waar deze wereld aangenaam en veilig is om zich uit te drukken en zijn behoeften te bevredigen. Dit "uittesten" herhaalt zich miljoenen keren, telkens wanneer het kind zich waagt aan zijn levensexperimenten.
Al deze experimenten voltrekken zich in een context van zich snel ontwikkelende fysieke rijpings- en groeiprocessen, waarbij verschillende motorische en sensorische ontwikkelingen hun opbouw krijgen. De resultaten van de experimenten veranderen met de mate waarin het kind groeit.
De "experimenten" geven het kind een feedback die het gebruikt om irrationele of niet-logische beslissingen over hoe het leven in elkaar zit, te nemen. Het steeds weer vergaren van de feedbacks brengt in het prille bewustzijn een beeldvorming op gang. Die als het ware opgeslagen "beelden" - vergelijkbaar met software - vertegenwoordigen een verzameling en uiteindelijk een synthese van indrukken over zichzelf in relatie tot de buitenwereld.
Achter zulke beelden schuilen tal van onbewuste conclusies die het kind inmiddels heeft leren trekken. Op hun beurt roepen die primaire conclusies bepaalde programmeringen op in het leven, automatismen die we kennen als "gewoonten". Die zijn het kind behulpzaam om het leven op een veilige manier aan te kunnen.
Deze gewoonten vormen de karakteraanpassingen die we in het licht van het voorgaande beter kunnen omschrijven met termen zoals overlevingsstrategieën, afweermechanismen of verdedigingen.
Binnen deze verdedigingen onderscheiden we meerdere grondvormen of basiscategorieën die we benoemen als de onderscheidene karakterstructuren. De opbouw van elk type van karakterstructuur is gebonden aan zowel een bepaalde psychologische ontwikkelingsperiode als aan het toenmalige heersende psychische klimaat.
De lagen van het Zelf

De testimpuls of experimenteer gedrag bij een kind ontstaat uit een "plek" of faculteit in het kind die authentiek, spontaan, zonder verdediging, onschuldig en uitermate energiegeladen is. Deze faculteit wordt de essentie of het ongekwetste Zelf of Hoger Zelf genoemd.
Dus vanuit zijn essentie voelt het kind deze nieuwsgierige en speelse noodzaak.Bijvoorbeeld een kind is op verkenningstocht en ziet een vaas staan. Het kind loopt op onzekere beentjes en gaat wankelend op de schaal af. Mama ziet echter het kind aankomen, ze bemerkt de bedreigde vaas en strekt haar handen uit om te verhinderen dat het naar de vaas zou grijpen. Het kind voelt deze ingreep aan als een beperking van zijn vrijheid en als een hindernis voor de spontane impuls die uit zijn essentie voortkwam. We noemen het ervaren van deze boycot of beperking een verwonding of trauma.
Bijna onmiddellijk nadat de moeder het kind tegengehouden heeft, begint het te schreeuwen en te protesteren tegen deze verwonding van zijn vrijheid. Maar tegelijk herinnert het zich ook dat mama helemaal niet zo blij was in het verleden en woedend werd als het schreeuwde en protesteerde. Dus houdt het dit protest onder controle, drukt het niet uit en slikt het dan maar in. Daarmee wordt het protest omgepoold tot een zelfdestructieve kracht die dus gericht is tegen het zelf.
Dit terughouden van het protest geeft de aanleiding tot een onbewuste primitieve negatieve reactie (PNR). Daaruit ontstaat wat we bij volwassenen het lager zelf noemen.
In dit geval is de PNR dat deel van het kind dat zegt: "Ik zal niet protesteren" of: "Ik laat niet zien wat ik écht voel" of: "Ik roer me niet". Op die manier hebben zich in korte tijd de zes lagen van het Zelf gevormd.
1. De impuls om te leren en te  experimenteren vanuit de essentie.
2. Deze impuls wordt door de omgeving verhinderd: dit is het trauma wat de aanleiding vormt tot Protest. Bij het onderzoeken van zijn omgeving stoot de kleuter onvermijdelijk op grenzen die door de moeder worden aangegeven. Door herhaald ingrijpen van de moeder ervaart het kind een schok want het wordt gekwetst in de drang om te onderzoeken. Er is een onderbreking van de spontane stroom: het kind leert dat het niet kan zijn zoals het wil zijn. Dat is een trauma, evenals bijvoorbeeld ziekte of scheiding van de moeder of een ziekenhuisopname van het kind. Er zijn vele vormen van trauma's, vele kleine of één groot.
3. Protest : De natuurlijke en automatische reactie op het onderbreken van de stroom is protest als verweer tegen de pijn, want het Zelf wil die kwetsing niet hebben. De reactie zelf is een ongedifferentieerd proces: stampen, huilen e.d. op de meest ongelegen momenten of plaatsen. Door de herhaling van de wonde ontstaan de kinderbeelden. Protest is een noodkreet die zegt "Laat me toch leven" - een authentieke reactie.
4. Dit protest wordt niet uitgedrukt (Primitieve Negatieve Reacties – het lager zelf of PNR). Deze verschillende "lagen" spelen op complexe neurologische manieren op elkaar in, met als doel veiligheid te verschaffen. Zelfs de PNR is op deze veiligheid uit.   Deze cruciale fase ontstaat bij gratie van het inslikken van protest. De aanvankelijke wonde die tot protest voerde is dus verstopt achter deze gevoelsreactie. Voelde het kind aanvankelijk woede, dan gaat die zich nu vastzetten in diep liggende haat- en wrokgevoelens. Resulteert woede in haat, dan resulteert bitterheid in afsluiting en isolement. Deze primitieve reactie is het antwoord op het ervaren van onmacht, eenzaamheid en pure haat, afkeer en woede. Het verschil tussen woede en haat is dat woede een poging tot herstel is en een tijdelijk effect sorteert; haat daarentegen zet zich langdurig vast en slaat op het object, degene die verhindert en die het kind wil "vernietigen". Het aanvankelijke zelfvertrouwen, eigen aan de fasen 1-2-3, slaat om in angst.
5. Deze volgende laag ontstaat als het kind zich realiseert dat het uitdrukken van de PNR hem in echte moeilijkheden zou brengen. Er ontstaat angst. De grote angst is echter niet bemind te worden zoals ik ben en zoals ik me voel, samen met de angst om daardoor de liefde van de ouders te verliezen.
6. Deze angst om protest en PNR uit te drukken veroorzaken een masker. In dit geval drukt het masker misschien onderworpenheid in samenwerking uit. Dit masker verbergt misschien als PNR de "haat" op ‘moeders’ ingrijpen. Wat het ook mag verbergen, de taak van het masker is het kind te beschermen tegen de rauwe macht én tegen de mogelijke schade die het zou veroorzaken bij het uitdrukken  enerzijds van wat het écht voelt en anderzijds van het verinnerlijkt protest. Het kind gaat zich identificeren met een oppervlakkige strategie, er wordt iets opgebouwd dat het niet is en dat leidt steeds en onvermijdelijk tot eenzaamheid en isolement. Men zou kunnen zeggen dat de oerinhoud van het masker inderdaad trots is want het zegt: "Ik doe het alleen".
Eens het masker is gevormd, wijzigt zich de oorspronkelijke impuls die uit de essentie ontsprong. Slechts een paar seconden later en een paar lagen verder zet diezelfde impuls zich om in ogenschijnlijke, uiterlijke gehoorzaamheid en aanpassing van het masker.
Het masker legt een dusdanige sterke druk op de persoonlijkheid dat iemand  uiteindelijk zover komt dat hij denkt dat hij dat masker is en waarbij hij helaas vergeet dat hij de regisseur is van zijn eigen toneelstuk van het leven.
Inderdaad, het masker wordt opgebouwd teneinde gelukkig te zijn en de oorspronkelijke toestand te herstellen. Echter, liefde wordt daardoor "lief doen" of "lief zijn". Daarmee verwijdert men zich van zichzelf, van het Zelf. Zodoende mogen we zeggen dat het masker een uitholling is van het oorspronkelijke Zelf. Iemand wordt dan een buitenkant zonder binnenkant.
En zo gaat het leven verder. Soms wint het kind, soms verliest het. Elke reflex op elk experiment "reist" steeds weer door de lagen van het Zelf heen naar het masker toe. Na verloop van tijd vormen de resultaten van deze experimenten de persoonlijkheid van het kind. Die delen die niet verdedigd worden (essentie, verwonding en protest) zijn authentiek en echt. Die delen die als verdediging opgeworpen worden (PNR, angst en masker) kristalliseren zich tot de uiteindelijke karakterstructuur.
                authentiek
1. Essentie
2. Trauma
3. Protest

               karakterstructuur
4. PNR
5. Angst
6. Masker

Voor meer informatie over bovenstaande informatie kan men terecht op de website van Raymond Stevens;  www.ankhconsult.be
Relatietherapie:

Relatietherapie en gezinstherapie zijn twee vormen van psychotherapie die ook wel systeemtherapie worden genoemd. De term systeem duidt op de sociale systemen of netwerken waar iedereen deel van uitmaakt: het gezin, de partnerrelatie, werk en vriendenkring. Kenmerkend voor deze vormen van therapie is dat partners of gezinsleden samen in psychotherapie zijn. In de therapie staan de problemen van de betrokkenen centraal. De psychotherapeut kijkt vooral naar de wisselwerking tussen partners of gezinsleden.
Een relatie is verrijkend wanneer de partners open met elkaar kunnen spreken over hun verlangens en gevoelens, wanneer ze elkaars streven naar zelfontplooiing aanvaarden en wederzijds ondersteunen, wanneer ze voldoende respect opbrengen voor elkaars autonomie en onafhankelijkheid.
Verwachtingen en verlangens zijn de belangrijkste factoren of twee mensen zich tevreden kunnen voelen in hun partnerrelatie. Hun tevredenheid is afhankelijk van de persoonlijke eisen die ze stellen aan de relatie. Van zodra twee mensen gaan samenwonen, worden ze geconfronteerd met het feit dat ze verschillend zijn en uit een verschillende gezinscultuur komen. Deze verschillen, en daardoor ook hun tegenstrijdige verlangens en verwachtingen, liggen aan de basis van conflicten en ruzies. Er is een verschil tussen de kleine ergernissen (“Waarom slingert dit hier weer rond ? Waarom komen wij altijd te laat ? Waarom moet alles zo geregeld en gepland verlopen ?") en de grote ergernissen (“Ik verwacht eigenlijk iets helemaal anders van de relatie. Ik verwacht iets anders van samen kinderen opvoeden”).
Het lijkt veel moeilijker om een oplossing te vinden voor de ontevredenheid over de relatie zelf. De ene wil veel praten en de andere wil graag gerust gelaten worden. De ene wil een rustig leven “onder ons” en de andere wil een sociaal en actief leven. De ene wil zoveel mogelijk samen doen en de andere heeft vooral nood aan vrijheid...
leder huwelijk of relatie kent verschillende fasen en tussen deze fasen ligt een overgangsperiode die niet altijd gemakkelijk verloopt. Het betekent iedere keer een aanpassing, een risico op een crisis of juist een kans op een verdieping van de relatie.
Het is belangrijk om uit te maken wat men echt wil realiseren, zonder daarbij de eigen ontwikkeling afhankelijk te maken van de partner. Dit zoekproces helpt de persoon om meer op eigen benen te staan en ontlast de partner, omdat die zich minder verantwoordelijk gaat voelen voor het geluk van de ander. Het vermogen om zich gelukkig te voelen in de relatie hangt samen met de bereidheid om de onvolmaaktheid van de relatie te aanvaarden en leren bruggen te slaan tussen blijvende verschillen. Als mensen elkaar niet kunnen ontmoeten in deze verschillen, kan dit aanleiding geven tot relatieproblemen.
Wat kan men verwachten van relatietherapie?

Bij de relatietherapie staat de communicatie tussen de partners in het begin meestal centraal. Het is dus niet zo dat een relatietherapeut pasklare oplossingen aanbiedt. Tijdens de gesprekken wordt het paar wel aangemoedigd om intens met elkaar bezig te zijn. Zij leren opnieuw naar elkaars verwachtingen te luisteren en elkaar te begrijpen. Want meestal gaan partners er van uit dat zij van te voren weten wat de andere denkt en voelt en gaan daardoor eigenlijk aan elkaar voorbij. Onuitgesproken gevoelens zoals gekwetstheid, gemis, kwaadheid, verdriet, ... kunnen in de veilige omgeving van de therapiekamer uitgewisseld worden.
Het kan van belang zijn inzicht te verwerven in de verschillende gezinsculturen, de emotionele binding tot de ouders, de eigen jeugd, maar ook de huidige verhoudingen binnen de familie (inclusief de ex- partners)  nader te bekijken. Vastgeroeste routines en beelden kunnen doorbroken worden en nieuwe regels afgesproken. Partners leren in therapie met elkaar onderhandelen op zodanige wijze dat het voor beide winst oplevert.
De therapeut houdt de partners een spiegel voor zodat het zichtbaar wordt hoe zij op elkaar inspelen en hoe zij elkaar soms negatief versterken, waardoor conflicten escaleren. De relatiestructuren worden zichtbaar en kan zo verstrikkingen, overgenomen gevoelens en loyaliteitsconflicten helpen oplossen. Hierdoor kunnen partners opnieuw positiever tegenover elkaar komen te staan. Alle mogelijke probleemgebieden kunnen aan bod komen tijdens de therapie. Zo kunnen seksuele problemen, jaloersheid, ontrouw, de opvoeding van de kinderen, de plaats die de schoonfamilie inneemt in hun leven, ... onderwerp zijn van de gesprekken.

Herhalingsdwang in liefdesrelaties.

Of we het nu willen of niet, eigenaardig genoeg brengen relaties ons onvermijdelijk terug naar onze eerste relatie - die met onze ouders. De onbewuste herinnering aan de pijn van het gekwetste en afgewezen kind in onszelf dat zoveel liefde tekort kwam, maakt dat we als volwassene in elke nieuwe relatie op zoek gaan naar heling van de diepe wonde, in de hoop die gemiste liefde ditmaal wel te verkrijgen.
Die hunkering is even onbewust als dwangmatig, ze vertaalt zich in een innerlijke stem die ons zegt dat het ditmaal moet lukken om de pijn die onbewust is blijven nazinderen, recht te zetten. Lukt dat niet, dan gaat het gekwetste kind in onszelf de ander daarvan de schuld geven door hem of haar te beschuldigen van het weerhouden van liefde.
De in iedereen aanwezige neiging om zijn of haar eerste ouderrelatie opnieuw tot leven te brengen, te herbeleven dus, is zeer herkenbaar. Dikwijls kiezen we een partner die het evenbeeld is van juist die ouder met wie we de meeste problemen hadden.
De oorzaak daarvan is terug te voeren tot de kindertijd waar het kind altijd de liefde zoekt te verkrijgen van de meest dominante of invloedrijke ouder. Een paar voorbeelden kunnen dit illustreren.
Volwassen kinderen van alcoholici bijvoorbeeld hebben een onbewuste radar die er herhaaldelijk toe leidt dat ze een tot alcoholisme neigende partner kiezen, ook al is die verslaving op het moment van de kennismaking nog niet tot ontwikkeling gekomen. Mensen die als kind mishandeld zijn, zullen vaak ook een partner kiezen die hen mishandelt, ofwel ze gaan zelf mishandelen. Als onze ouders erg kritisch waren, zullen we een partner kiezen met dezelfde eigenschappen.
Het is niet zonder reden dat relaties in het leven zo belangrijk zijn. C.G.Jung schreef dat "de ziel groeit door relaties". Onze geliefden zijn spiegels voor ons omdat wij, door te zien hoe zij reageren op wat wij doen, onszelf zien - ons licht én onze schaduw.
Een ander herkenbaar voorbeeld van herhalingsdwang ligt in de sfeer van werk en carrière. Niet zelden was de opvoeding van aard om prestaties te steunen in plaats van houdingen. Hoeveel ouders belonen hun kind niet voor de behaalde resultaten op school, terwijl ze beter zijn inspanningen zouden belonen.


Welke behandeling kan gegeven worden ?

    * Individuele psychotherapie voor kinderen, adolescenten en volwassenen
    * Gespreks- en gestalttherapie
    * Familietherapie
    * Ouderbegeleiding
    * Relationele en seksuele therapie
    * Speltherapie
    * Individuele begeleiding van adolescenten en jong volwassenen
    * Gezinsbegeleiding bij opvoedingsproblemen
    * Relaxatie en ontspanningstherapie

Indien u voor uw persoonlijke of gezinssituatie met vragen zit, dan wordt er samen met u naar een geschikte aanpak van de problematiek gezocht.
Terug naar begin

Psychotherapie: behandelingsmethodes en technieken bij kinderen.
Speltherapie.

Vaak beschikken kinderen nog niet over de nodige taalvaardigheid om precies uit te drukken wat hen raakt en bezig houdt. Het spel is het natuurlijke medium van kinderen, en dient onder andere om te verwoorden en te verwerken wat er in hun wereld gebeurt.
In de speltherapie wordt gebruik gemaakt van de capaciteit van het kind om spelenderwijze uitdrukking te geven aan innerlijke processen. Middelen daarbij zijn poppen, figuren, tekeningen, foto's, zandbak, kostuums, enz.
De imaginaire wereld van het spel biedt aan het kind enige veiligheid en macht. Via het spel in de speltherapie is het voor een kind vaak mogelijk om te "spreken" over spanning, angst, frustratie, onzekerheid, agressie, verwarring of andere gevoelens die een belangrijke rol spelen in het kinderleven.De therapeut heeft op die manier toegang tot de wereld van de kinderlijke beleving en kan samen met het kind zoeken naar alternatieve manieren van omgaan met de problemen die zich erin voordoen.
Symboolcommunicatie met kinderen, een helende vorm van speltherapie (door Geert Steel).

Symboolcommunicatie is een helende vorm van speltherapie voor kinderen tussen 4 en 12 jaar die de polariteiten in hun beleving uitdiept en daardoor ruimte maakt voor verwerking en innerlijke groei. Met kinderen een open verbale communicatie hebben is niet eenvoudig. Kinderen komen o.a. door scheiding, rouw en emotionele problemen, vaak in een situatie terecht waardoor ze zelf nauwelijks of geen woorden kunnen vinden, voor wat ze innerlijk voelen veranderen.
Praten kunnen kinderen niet zo goed, toch zeker niet als het gaat over het uiten van hun gevoelens. Wat ze voelen, wat ze beleven, welke gevoelsindrukken ze over iets hebben, kunnen ze echter wel uitdrukken in SYMBOLEN, dat is iets dat hen veel gemakkelijker ligt, het past veel meer bij hun leefwereld.
Maar ook al is praten niet eenvoudig, bij kinderen in een moeilijke situatie, ook zij, hebben de nood om te uiten, om hun voelen en hun duizend vragen, naar buiten te brengen. En dat loopt net als bij volwassenen, niet altijd in een rustig voortkabbelend proces, mooi de ene fase na de andere. Je kunt het verdrietproces bij een kind eerder begrijpen met het beeld of de metafoor, van een ondergrondse rivier, die af en toe tamelijk onverwachts naar de oppervlakte stuwt, in al zijn hevigheid. De ene keer is het kind dus verbaler dan de andere keer. Maar het is vooral in de fasen dat er niet, of moeilijk kan gepraat worden, dat het proces meestal in alle hevigheid borrelt, binnenin de jongere of het kind. Dan is het nodig, om het kind of de jongere, toch te kunnen bereiken; om hem uit zijn isolement of eenzaamheid te kunnen halen, of om hem zijn ingeslikte woede, of opgekropte gevoelens te laten uiten, of om hem de vragen te laten stellen die telkens weer naar boven komen, of om hem het verhaal telkens opnieuw te laten vertellen, zoveel als nodig blijkt, enz.
Om op zulke momenten toch met het kind te kunnen communiceren, is er een non-verbale methode, die men symboolcommunicatie noemt.
De ideeën komen van MOULI LA HAD, een kinderpsychiater uit Israël, die werkte met oorlogsslachtoffertjes, en met kinderen die misbruikt werden. Alles is zo moeilijk geworden in het leven van zulke kinderen, dat de pijn niet meer of moeilijk kan gedeeld worden...
Dan, in de mystieke ruimte vertoeven met het kind, met de jongere, waar alles mag blijven zoals het is, onbenoemd met woorden, daar met de rijke taal van symbolen omgaan, communiceren, werkt wel, en maakt het schijnbaar ondeelbare toch deelbaar. En dat is bevrijdend!
Tekenen

De meeste kinderen beginnen reeds vroeg in hun ontwikkeling te tekenen. Ze tonen zo hun kijk op de wereld en maken duidelijk hoe ze hun relaties met anderen zien. Het is een kindertaal die ons een toegang geeft tot de psychische wereld van een kind die hij of zij ons niet in woorden kan vertellen. Het gezin is voor een kind zijn wereld en veilige haven. Uit familietekeningen kan je opmaken hoe je kind tegen zijn familie aankijkt, of hij er zich thuis en geborgen voelt en welke ervaringen hij in die omgeving opdoet. De natuur spreekt ook tot de verbeelding. Al heel jong tekenen kinderen bloemen die overal kunnen opduiken. De eerst getekende bomen doen meestal aan mensen zonder armen denken. Vanaf zijn vierde begint een kind bomen gedetailleerder te tekenen. We krijgen, blaadjes en takken, twijgjes en soms zelfs vruchten. Op de leeftijd van 5, 6 jaar worden de voorwerpen en mensen met hun eigen werkelijke kleur getekend. Al blijft alles stereotiep: gezichten zijn roze, de lucht is blauw en het gras is groen.
Zeker voor kleine kinderen is werken met tekeningen nuttig. Zij kunnen zichzelf nog niet zo goed uitdrukken. Maar aan de hand van de tekening kan het kind laten zien hoe het iets ziet of beleeft. De kleuren die een kind gebruikt, de kracht waarmee hij op het papier drukt en het gebruik van de ruimte geven info over hoe hij zich voelt. Vaak komen angsten en verdriet hierdoor tot uiting. Zo kan bijvoorbeeld naar voren komen dat je kind een gestorven huisdier heel erg mist omdat hij het altijd opnieuw tekent. Het is tevens een manier om spelenderwijs een voorstelling van de werkelijkheid te creëren.
Een tekening is een open boek. Belangrijk is dat je je ervoor interesseert als je kind je zijn of haar tekening laat zien. Hoe intenser je kind zijn indrukken beleeft, des te gedetailleerder hij die in zijn tekeningen zal reproduceren. Natuurlijk vertellen de tekeningen van kinderen iets over hun gevoelens, maar je mag nooit overhaast conclusies trekken. Laat je kind erover vertellen in zijn eigen taal. Dwing hen echter nooit om iets te interpreteren als je vraagt ‘Vertel eens wat je getekend hebt.’ Je kan beter langs een omweg het gesprek beginnen door de tekening te bekijken en te praten over wat je ziet. Hang het werk van je kind aan de muur of op de koelkast en wees er trots op. De waardering van zijn creaties betekent alles voor je kind en geeft hem zeker nieuwe inspiratie (Geschreven door Katja Genné).
Sociale vaardigheden.

Algemene doelen die bij al de leergebieden terugkeren, zijn het verwerven van sociale vaardigheden en zelfstandig leren. Een basisvoorwaarde om deze globale doelen na te streven is dat kleuters en kinderen zich goed in hun vel voelen. Met ‘zich goed voelen’ bedoel ik dat ze een voldoende portie zelfvertrouwen moeten bezitten en zich emotioneel vrij moeten voelen.
Al op hele jonge leeftijd leren kinderen hoe ze contact kunnen maken met andere mensen. Zo ontstaan langzaam de eerste sociale vaardigheden, het kind leert contact te maken met de mensen om hem heen. Op de leeftijd van vier tot vijf jaar kunnen de meeste kinderen goed contact maken met andere kinderen en volwassenen.
Goede sociale vaardigheden spelen een belangrijke rol in het leven. Bij te weinig sociale vaardigheden zien we dat sociale problemen leiden tot afhankelijkheid, teruggetrokkenheid en agressie. Je hebt kinderen die zich terugtrekken. Zij hebben weinig of geen contact met hun leeftijdsgenoten. Deze kinderen zijn schuw, passief en passen zich vaak sterk aan, aan de wens van anderen. Ze komen niet voor zichzelf op en vinden het vaak moeilijk om hun boosheid te uiten. Bij hen is angst de basis voor hun sociale problemen.
Er zijn ook kinderen die proberen contact te leggen maar doet dit op de verkeerde manier. Ze zoeken voortdurend ruzie of schreeuwen, slaan of duwen andere kinderen.
Zo hebben sommige kinderen het meest aan hulp op het emotionele vlak, zij leren minder bang te zijn. Een ander kind heeft meer aan hulp op cognitieve vlak. Dit houdt in dat het kind geleerd wordt het sociale gedrag van anderen te begrijpen en ook te voorspellen. Ook leert het dat het ook anders kan reageren in een bepaalde situatie.
En een derde kind heeft het meeste baat bij motorische begeleiding, in de zin dat het kind leert hoe het kan spelen met andere kinderen en hoe je contact kan leggen zonder te duwen en te trekken (Bron: Sociale vaardigheden, drs. T. de Vos-van der Hoeven,
www.opvoedadvies,.nl", http://www.opvoedadvies.nl/sociaalfobie.htm)

Sprookjes en helende verhalen:

Volwassenen kunnen in hun onderbewustzijn problemen aanpakken door de invloed van abstract logisch denken. Bij kinderen van twee tot tien jaar kan dat niet op die manier maar kinderen hebben wel een groot inlevings- en identificatievermogen. Ze zijn nog fel naar buiten gericht waardoor ze zich identificeren met hun omgeving en die ook gaan imiteren. Zo hebben we geleerd door te kijken, horen en voelen hoe we kunnen lopen, eten, praten, … Dit wordt volgens Freud ook wel het "primitieve denken " genoemd. Een kind identificeert zich sterk met zijn troeteldier of knuffeldier. Wat het knuffeldier overkomt, gebeurt als het ware met henzelf. Voor een kind is deze beleving net zo echt en reëel als wat wij werkelijkheid noemen. Houd dus rekening met hun beleving en doe het niet af alsof het niets is (Boek; helende verhalen).
Ook worden er in sprookjes waarden als moed, doorzettingsvermogen, trouw aan jezelf, verwondering, hoop, op een ontspannende manier aangereikt. Ze krijgen er ook te maken met tegenstellingen als: liefde en haat, goed en kwaad, gehoorzamen en stout zijn, schoonheid en lelijkheid, vlijt en luiheid… Ze leren tevens keuzes maken. De essentie van de meeste sprookjes is dat ze goed aflopen maar geven ook de boodschap mee dat strijd en moeilijkheden in het leven onvermijdelijk zijn. Er zijn ook aanwijzingen aanwezig die hen kunnen helpen om met problemen om te gaan. De figuren zijn eigenlijk delen van de persoonlijkheid van het kind. Soms is het dapper en soms angstig. Het sprookje leert het kind met deze tegengestelde delen van zijn persoonlijkheid omgaan.
Sprookjes zijn multicultureel, zijn universeel: er bestaat geen land, geen cultuur zonder sprookjes. Sprookjes zijn soms de literaire neerslag van overgangsrituelen. Sprookjes helpen je bij je verbeeldingswereld waarbij fantasie je kan helpen om dingen in het leven te doen.
Sprookjes zijn de neerslag van eeuwen menselijke ervaringen en inzichten in problemen. Verhalen bezitten sowieso psychologische kracht. Ze leggen verbanden. Je vindt er aanknopingspunten met je eigen leven en nieuwe mogelijkheden waar je in je eentje misschien niet zou opkomen. In sprookjes zijn de bonte figuren, tovervoorwerpen, geheimzinnige voorvallen symbolen voor psychische inhouden.
Het beeld en/of metafoor werkt echter wel onbewust.Het onbewuste drukt zich uit in beeld- en symbooltaal; dromen en dagdromen zijn daarvan een bewijs. Eigenlijk zijn sprookjes pure filosofie, op een leuke manier gebracht. Ze zijn dus ook belangrijk voor volwassenen. Voor kinderen is de beeldentaal van sprookjes gesneden koek, kinderen denken immers in beelden (www. Socsci.kun.nl)". Op deze manier kunnen ze richting geven aan de kinderen hun leven en kunnen een belangrijke steun zijn bij het opgroeien.
Therapeutische werking

Sprookjes en metaforen kunnen door kinderen tot tien jaar op twee manieren begrepen worden. Op bewust niveau dit is de letterlijke betekenis. Op onbewust niveau kan echter de dieper liggende symbolische werking waargenomen worden. Volgens Erickson is het gebruik maken van symboliek een effectieve methode om verandering en groei te bevorderen. Vast staat, dat sprookjes verhalen vol symboliek zijn, die betrekking hebben op de belevingen van de ziel.
Kinderen denken magisch en in beelden en niet logisch of realistisch. Bv. als er een stoel valt denken ze dat hij pijn heeft en dus ook gevoelens heeft. De therapeutische werking vindt dus op onbewust niveau plaats. Ze bevatten een wijsheid die tot dieper inzicht in de eigen belevingswereld van de mens kan leiden, omdat de in de sprookjes voorkomende symbolen afkomstig zijn uit het collectief onbewuste, waardoor ze in het onbewuste van ieder mens sluimerend aanwezig zijn. Sprookjes brengen in het onbewuste van het kind een zodanige ordening in de daar al aanwezige bouwstenen, dat het huis van hun persoonlijkheid op een evenwichtige manier vorm kan krijgen. De door het sprookje opgeroepen herkenbare emoties zullen de vensters zijn waardoor de indrukken van het buitengebeuren in de veilige binnenwereld worden waargenomen beoordeeld en aan elk daarvan een eigen plaats kan worden toebedeeld.
Sprookjes behoren tot de zuivere kristallen, waarvan de facetten ons de diepst verborgen bewegingen binnen de ziel openbaren (Henri de vidal de St. Germain).
Sprookjes zijn voor kinderen van belang, omdat ze hen vertrouwd maken met de spanningen tussen goed en kwaad, slim en dom, snel en traag, … Het kind identificeert zich spelenderwijs met de figuren en kunnen de daarbij opkomende gevoelens bv. angst ook meebeleven. Op deze manier leren ze met gevoelens omgaan, we leven immers niet in een wereld waar alles probleemloos verloopt. Angst leren overwinnen en omvormen tot moed wordt een verworvenheid, waarmee men stevig in het leven kan staan.
Wanneer we als ouder, opvoeder of leerkracht angst ontwijken en een kind die, vanuit begrijpelijke zorg, willen "besparen", zal het zich in de steek gelaten voelen en zal het, vanuit de daardoor geboren onzekerheid, al snel geneigd zijn tot agressief gedrag. In latere jaren van het leven kan dat weer bepalend zijn als zich problematische situaties voordoen, of spanningen de kop opsteken (De eigen wijsheid van het kind).
Dromen

In dromen verwerkt het kind de indrukken die het overdag heeft opgedaan. Dromen kunnen hierdoor signalen geven over het gevoelsleven van het kind. In dromen kunnen dus ook de angsten of frustraties van een kind naar buiten komen. Er is dan sprake van nachtmerries. Zo af en toe een nachtmerrie is geen reden tot zorgen. Ieder kind heeft wel eens tegenslagen of angsten, dit hoort ook bij de ontwikkeling. Er hoeft dan ook niets gedaan te worden.
Ook al hoeft een nachtmerrie niet meteen te betekenen dat er iets aan de hand is, een kind kan wel last van de nachtmerries hebben en dan is het goed het kind hulp te bieden. Een kind met nachtmerries kan geholpen worden door samen met het kind dingen te bedenken waardoor de dromen weg blijven. Bijvoorbeeld 's avonds voor het slapen gaan samen alle boze dromen wegblazen of een dromenvanger (van alles kan hiervoor doorgaan) ophangen waar alle nare dromen in blijven hangen. Kinderen hebben vaak ook veel steun van een beer ter beschermen tegen de nare dromen. Het mooiste is wanneer het kind zelf iets verzint om zich te beschermen tegen de dromen, omdat het kind er juist dan in zal geloven. Door gebruik te maken van de eigen fantasie van het kind kan de angst weggenomen worden die voortkomt uit de eigen fantasie van het kind.
En door overdag te praten over de dromen kan vaak ook de onderliggende angst of frustratie ontdekt worden, zodat deze aangepakt kan worden. Maar nachtmerries kunnen ook gewoon ontstaan uit de fantasie van het kind, zonder dat er een diepere betekenis is ("Bron: Dromen en nachtmerries, drs. T. de Vos-van der Hoeven, www.opvoedadvies,.nl", http://www.opvoedadvies.nl/dromen.htm).


Geestelijke gezondheidsproblemen herkennen bij kinderen en adolescenten.

Ouders zijn meestal de eersten om bij hun kind problemen op te merken. Welk probleem het kind ervaart is niet steeds duidelijk. Soms is het onduidelijk wat er gaande is, het kan een combinatie zijn van verschillende aspecten, zijn de ouders niet goed op de hoogte van de problemen of het kind wilt het absoluut niet hebben over zijn probleem. De stap om professionele hulp te zoeken is moeilijk. Maar als je bij het kind een combinatie van enkele signalen herkent en indien de problemen gedurende een lange tijd aanhouden, kan het nuttig zijn om eens te praten met de arts van het kind, de leerkrachten of andere volwassenen die het kind goed kennen en indien gewenst een psychiatrisch onderzoek te laten uitvoeren.
Wat ik elke lezer nog wil meegeven is dat de problemen die beschreven worden niet noodzakelijk iemands "schuld" zijn. Ook al houden de ouders veel van hun kind en hebben ze er alles voor over, toch kan het zijn dat:

    * De ouders om één of andere reden de opvoeding van hun kind niet adequaat aanpakken.
    * Of het kan ook dat het kind om één of andere reden niet de mogelijkheid heeft om zich adequaat aan te passen aan zijn omgeving of aan zichzelf.
    * Belangrijk is dat je als opvoeder stilstaat bij elke situatie en kijkt naar welk deel van mij is, wat kan ik veranderen en waar neem ik mijn verantwoordelijkheid voor.
    * Of spelen er nog andere aspecten mee? Wat draagt het kind met zich mee? Wat wordt er van generatie op generatie als onbewust geheim gedragen (familieconstellaties)?…

Kinderen geloven zeer sterk in het hiernamaals. Het is opvallend dat ieder kind een duidelijk beeld heeft van " de hemel", welk geloof het gezin ook heeft. Volwassenen mogen hen dit beeld niet ontnemen. Dit geloof kan een grote steun zijn in het verwerken van verlies. Iedereen, jong of oud, heeft het recht op zijn beeld van het "hiernamaals". Het is belangrijk dat we dit kunnen delen met anderen. We zullen ons ganse leven zoeken naar zingeving, naar moraliteit of naar antwoorden op levensvragen. Spiritualiteit kom je overal tegen, al is het soms weggestopt. Het is een persoonlijk gegeven, het gaat om onze relatie met God, de realiteit, het universum, de natuur of ons echte IK. Deels gebaseerd op onze opvoeding, ons referentiekader, onze ervaringen. Het is meer een kwestie van voelen. We voelen dat er meer is… Het gaat om de relatie tussen wat je voelt, denkt, ervaart in contact met je omgeving.
Signalen bij kinderen:

    * Duidelijk minder goede schoolprestaties bv slechte cijfers, geen motivatie,...
    * Duidelijke angst of bezorgdheid naar andere of zichzelf; geuit door niet naar school te gaan, niet te gaan slapen of aan activiteiten te doen die normaal zijn voor een kind van die leeftijd.
    * Hyperactiviteit; zenuwachtigheid; voortdurend bewegen, en dit meer dan gewoon spelen.
    * Voortdurend ongehoorzaam of agressief zijn, dit wel langer dan zes maanden.
    * Onverklaarbare woedeaanvallen en provocatief verzet tegen autoriteit.
    * Aanhoudende nachtmerries.
      Signalen bij jongeren en adolescenten
    * Duidelijke verandering in de schoolprestaties.
    * Vele lichamelijke klachten zoals hoofdpijn en buikpijn.
    * Duidelijke verandering in de slaap- en/of eetgewoonten.
    * Moeilijker met problemen kunnen omgaan.
    * Ongepast sociaal gedrag.
    * Depressief gedrag geuit door een ondersteunde, langdurige negatieve stemming en houding, vaak gepaard met weinig eetlust, moeilijk slapen of doodsgedachten.
    * Alcohol- en/of drugmisbruik.
    * Agressieve of niet-agressieve, consistente inbreuk op andermans rechten; verzet tegen autoriteit, spijbelen, diefstal of vandalisme.
    * Zelfverminking of zelfdestructief gedrag.
    * Aanhoudende nachtmerries.
    * Te hoge graad van seksuele expressie of niet in evenwicht is naargelang de leeftijd.
    * Dreigingen zichzelf of iemand anders te kwetsen.
    * Frequente uitbarstingen van woede, agressie.
    * Dreigingen om weg te lopen.
    * Vreemde gedachten en gevoelens; en ongewoon gedrag.

Diagnose:

Bij ernstige emotionele problemen en gedragsproblemen kan je een psychiatrisch onderzoek laten uitvoeren. Met de toelating van de ouders kan men met andere mensen (zoals de huisarts, leerkrachten of andere kennissen) contact opnemen voor meer informatie.
Een uitvoerig onderzoek omvat vaak:

    * een omschrijving van de huidige problemen en symptomen van het kind
    * informatie over de gezondheid, ziekte en behandeling (lichamelijk en psychiatrisch)
    * ouder- en familiegeschiedenis
    * informatie over de ontwikkeling van het kind
    * informatie over school en vrienden
    * informatie over familiebanden
    * psychiatrisch onderhoud met het kind of de adolescent
    * indien nodig, bloedtests, röntgenfoto's of speciale tests (vb. psychologisch onderzoek, opvoedings-, spraak- en taalonderzoek).

Met deze informatie kan de hulpverlener conclusies trekken over de problemen van het kind en zal hij in staat zijn uitleg te geven in een taal die zowel de ouders als het kind kunnen begrijpen. Als een behandelbaar probleem werd geïdentificeerd, worden adviezen gegeven en wordt een specifiek behandelplan opgesteld.
Wat zijn psychische problemen bij kinderen en jongeren

Bij het diagnosticeren van psychische problemen bij kinderen en jongeren gaan we de ruime betekenis gebruiken. Bij het beschrijven van de psychische problematiek bij kinderen en jongeren wordt vooral de DSM-IV (APA, 1994) gebruikt. Dit classificatiesysteem kent echter wel beperkingen omdat hiermee de brede problematiek van kinderen en jongeren niet altijd adequaat kan worden weergegeven. Die bestrijkt namelijk het gehele spectrum van gedragsproblemen en emotionele problemen. Ook zijn er omstandigheden, zoals kindermishandeling of opvoedingsvaardigheden van de ouders en verzorgers, die direct van invloed zijn op het psychisch welbevinden van kinderen. Deze moeten bij de beschrijving van de problematiek ook betrokken worden.
Hierboven hebben we enkele signalen besproken hoe je problemen bij je kind kan herkennen. Het volgende deel beschrijft de voornaamste stoornissen en de signalen die kunnen aangeven dat je kind een probleem heeft. Belangrijk is rekening te houden met de specifieke leeftijdsfase. Rond zijn twee en drie jaar zal je kind zich vaak koppig gedragen (koppigheidsfase), kinderen tussen zes en elf jaar kunnen al eens angstig zijn en pubers kunnen zich vervelend gedragen. De meeste problemen hebben niets met een stoornis te maken. Dit zijn tijdelijke fases die vanzelf verdwijnen. Een tweede mogelijkheid voor problemen zijn "opvoedingsproblemen". Het kind ervaart dat het te weinig aandacht, hulp of structuur krijgt waardoor het kind "moeilijk" of depressief gedrag vertoont.
We spreken daardoor nog niet over een stoornis en de symptomen die je ontdekt kunnen aan verschillende oorzaken toegeschreven worden.
Bijvoorbeeld, je kind is angstig:

    * de angst is leeftijdsgebonden.
    * die angst te maken heeft met een gewoon opvoedingsprobleem (het kind voelt zich bijvoorbeeld angstig omdat het te weinig complimentjes krijgt).
    * de angst een symptoom is van een depressieve stoornis.
    * de angst een symptoom is van een angststoornis.
    * de angst een symptoom is van een depressieve stoornis én van een angststoornis.

Kinderen met een depressie hebben immers vaak nog een andere stoornis, bijvoorbeeld een angststoornis. We hebben dan te maken met wat we in het jargon co-morbiditeit noemen.

Terug naar begin

Wat houdt de behandeling in ?

U neemt telefonisch contact op met  Harry Alaerts (0495547916) of u mailt me via mijn website om een afspraak te maken voor een intakegesprek.  Tijdens dit eerste verkennende gesprek tracht ik u hulpvraag in kaart te brengen en bespreken we samen of we aan het therapeutisch proces kunnen starten.  Tijdens het verloop van de therapie komen we regelmatig samen om te evalueren en te kijken hoe we het proces verder kunnen ondersteunen en versterken.

Meestal komt het kind of de volwassene één keer in de week voor een afspraak van één uur. Als het om een kind gaat, zal de psychotherapeut meestal eerst een gesprek voeren met de ouders of verzorgers van het kind. Indien jullie dat wensen neem ik contact op met de school, het CLB, de huisarts enz… De duur van de begeleiding wordt bepaald in samenspraak met de client of met het gezin.
Terug naar begin
  
Welkom