Waarvoor kan u bij mij terecht?
Begeleiding van adolescenten, jongvolwassenen en volwassenen met emotionele, relationele en opvoedingsproblemen.
Individuele therapie, relatietherapie en gezinstherapie.
Leeftijd adolescenten is de leeftijdsfase van 14 jaar tot 20 jaar.
Leeftijd jongvolwassenen is de leeftijdsfase van 16 tot 27 jaar.
Waar gaan de consultaties door?
De gesprekken vinden plaats op het volgende adres:
PSYCHOTHERAPEUTISCHE PRAKTIJK
ALAERTS HARRY
3390 Tielt-Winge
Belgium
Hoe meldt u zich aan?
U neemt telefonisch contact of u mailt me via mijn website om een afspraak te maken voor een intakegesprek.
Uiteraard kan u op dit nummer ook terecht voor vrijblijvende informatie over de werkwijze.
Inhoud:
¤ Wat is psychotherapie en wat heb je er aan ?
¤ Waarom in therapie gaan?
¤ Therapie bij kinderen en adolescenten.
¤ Therapie bij volwassenen.
¤ Welke behandeling kan gegeven worden ?
¤ Psychotherapie: behandelingsmethoden en technieken bij kinderen.
¤ Geestelijke gezondheidsproblemen herkennen bij kinderen en adolescenten.
¤ Wat houdt de behandeling in ?
Wat is psychotherapie en wat heb je er aan ?
Psychotherapie is een behandelmethode die wordt toegepast bij psychische klachten en problemen. De psychotherapeut geeft je ondersteuning zodat je effectiever leert om te gaan met psychische en emotionele problemen. Centraal hierin staat het aanmoedigen van je persoonlijke ontwikkeling opdat je de verantwoordelijkheid voor jezelf en je leven op je kan nemen. Hij helpt je om jezelf beter te leren kennen, je problemen te overwinnen en ze op te lossen met een behulp van een door hem gekozen werkmethode. De psychotherapeut lost geen problemen voor u op, maar helpt u nare dingen anders te zien, pijnlijke gevoelens te verwerken of moeilijke situaties anders aan te pakken. Het doel van de therapie is uw psychische klachten en problemen op te heffen, of zoveel te verminderen dat u er minder last van hebt.
Psychotherapie verwijst naarverschillende methoden en technieken die worden gebruikt om kinderen, adolescenten en volwassenen te helpen die problemen hebben met emoties en gedrag. Hoewel er verschillende psychotherapieën bestaan, berust elk ervan op communicatie als basisinstrument om iemands gevoelens en gedrag te veranderen. Psychotherapie kan individueel gebeuren, maar ook in groep of met het gezin.
De concrete vorm en inhoud van een psychotherapie wordt natuurlijk voor een groot deel bepaald door de werkwijze van de therapeut. Maar van even groot belang is de "fenomenologische definitie" die de cliënt geeft aan zijn probleem, zijn situatie en aan zichzelf.
Men bedoelt hiermee dat identieke gebeurtenissen door ieder mens op zijn individuele manier worden ervaren en beleefd, wat maakt dat men iemands situatie slechts kan begrijpen wanneer men niet alleen de objectieve geschiedenis kent, maar tevens de wijze waarop de persoon deze geschiedenis heeft beleefd.
Dit heeft voor de therapie een aantal consequenties. De therapeut kan niet zomaar het probleem van de cliënt opzoeken in de cataloog en dan de passende therapeutische techniek uit de grote "trukendoos" toveren. Goede therapie houdt in dat de therapeut eerst en vooral luistert naar, en probeert zich in te leven in de subjectieve belevingswereld van zijn cliënt, vermits hij slechts op deze manier een zicht kan krijgen op het belang, het gewicht en de ernst van het probleem. Vanuit dat fenomenologische zicht (waarin objectieve feiten en de subjectieve ervaring vervat zitten) kan hij met zijn cliënt gaan zoeken naar verandering.
Daarnaast blijft een cliënt ook een individu met zijn eigen sterke en zwakke kanten, met zijn eigen capaciteiten. Ook die persoonlijke kenmerken hebben een invloed op de vorm van een psychotherapie: ze bepalen namelijk in welke mate deze cliënt "vatbaar" zal zijn voor bepaalde therapeutische methoden.
Kortom, de persoonlijkheid en het karakter van de cliënt bepalen in aanzienlijke mate mee het aangezicht van de therapie, en zelfs de duur ervan: een therapeut moet zich nu eenmaal aanpassen aan het ritme van zijn cliënt; wanneer hij te snel zou willen werken, kan de cliënt "niet meer volgen".
Holistische visie:
Een holistische visie op gezondheid impliceert erkenning van de wederzijdse afhankelijkheid van lichaam en geest in gezondheid en ziekte, en hieruit voortvloeiend de integratie van lichamelijke en psychologische therapieën.
Psychische houdingen en processen zijn niet alleen van betekenis bij het ontstaan van ziekten, maar beïnvloeden ook in sterke mate het genezingsproces.De psychosomatische aard van ziekten (waarbij de term psychosomatisch verwijst naar de nauwe samenhang tussen lichaam en geest), brengt ook de mogelijkheid tot psychosomatische zelfgenezing met zich mee. De relatieve bijdrage van patiënten- participatie en -verantwoordelijkheid in de behandeling van lichamelijke en geestelijke disfuncties zal dan ook geleidelijk aan meer gewicht moeten krijgen.Zoals reeds gezegd, moet het individu gezien worden als een onderdeel van grotere systemen (gezin, werkmilieu, gemeenschap), en staat ermee in voortdurende wisselwerking en interactie. Ziekte kan dus ook het signaal zijn van het disfunctioneren van de interactie met andere delen van het systeem. Vaak is het dan ook nodig om de aandacht te richten op het gezondmaken van deze interacties, om een optimale behandeling en genezing van een individu mogelijk te maken. Zo is ziekte bij één individu vaak het signaal van problemen en gebrekkig functioneren van het gezin waarvan hij deel uitmaakt. In zo’n geval is gezinstherapie, die gebaseerd is op een systeemgerichte aanpak, de meest aangewezen behandelingsmethode.Binnen de holistische visie moet de gezondheidszorg voornamelijk gericht zijn op het herstellen en instandhouden van het dynamisch evenwicht van individuele personen, gezinnen en andere sociale groepen.
Men moet rekening houden met de onderlinge afhankelijkheid van onze individuele gezondheid en die van grotere systemen waarvan we deel uit maken. Hierbij moet de individuele verantwoordelijkheid vergezeld gaan van maatschappelijke verantwoordelijkheid en zal individuele gezondheidszorg moeten samengaan met maatschappelijke inspanningen en beleid.
De behandeling of begeleiding zelf dient zo beperkt mogelijk gehouden worden, rekening houdend met de aangeboren groei- en genezingskracht van de mens zelf. Zij wordt vooral gericht op het aanleren van zelfstandigheid en het mobiliseren van de vitale krachten in de mens, om zelf tot een oplossing van problemen te komen.
Waar de "traditionele" behandeling de patiënt vaak onmondig en afhankelijk maakte of hield, wordt binnen de huidige visie de zelfverantwoordelijkheid en autonomie van de patiënt gestimuleerd worden.
Waarom in therapie gaan?
Het valt wel eens voor dat men z'n dagje niet heeft. Dat kan iedereen wel eens voorvallen. Maar soms kan het gebeuren dat iemand niet (meer) in staat is het hoofd te bieden aan zijn problemen. De reden om in therapie te gaan kan erg verschillend zijn. De aanleiding kan gelegen zijn in duidelijk aanwijsbare omstandigheden (bv. Scheiding, ontslag, verlies, teleurstelling...) maar evengoed in minder aanwijsbare psychische problemen. Voorbeelden daarvan zijn gevoelens van eenzaamheid en isolement, angst en depressie, het ongrijpbare gevoel dat het leven niet langer de vervulling oplevert die je had verwacht, het gevoel dat anderen je leven bepalen, enz. ...
Op zo'n moment kunnen personen uit de sociale omgeving dankbare steunpunten zijn. Maar soms kan het voorvallen dat er niemand is met wie het probleem besproken kan worden. Dat kan allerlei redenen hebben: angst om het aan je geliefde of vriend(in) te vertellen, schuldgevoelens, schaamte,... Misschien kan het zijn dat de oorzaak van het probleem verbonden is met juist die persoon met wie men normaal alles deelt. Of dat de omgeving van de persoon het probleem niet meer de baas kan. Of dat men liever eens praat met iemand die men in z'n sociale leven niet hoeft te ontmoeten. In zulke situaties kan psychotherapie een antwoord bieden. De problemen waarvoor mensen in psychotherapie gaan zijn heel uiteenlopend. Dit kan gaan over bijvoorbeeld: angsten, depressies, fobieën, het verwerken van een verlies, problematische rouw,... Ook voor het omgaan met existentiële twijfels en problemen kan men langsgaan bij een therapeut. Vaak liggen negatieve ervaringen en/of een gevoel van 'verlies' aan de problemen ten grondslag.
Psychotherapie verwijst naar verschillende methoden en technieken die worden gebruikt om kinderen, adolescenten en volwassenen te helpen bij psychische klachten en problemen. Hoewel er verschillende psychotherapieën bestaan, berust elk ervan op communicatie als basisinstrument om iemands gevoelens en gedrag te veranderen. Psychotherapie kan individueel gebeuren, maar ook in groep of met het gezin. Gedurende die gesprekken bespreekt u uw problemen en klachten. Het is niet zo dat de psychotherapeut uw probleem oplost voor u. De verantwoordelijkheid hiervoor ligt bij uzelf. De psychotherapeut kan u helpen onaangename zaken anders te zien, u helpen uw verlangens te ontdekken, pijnlijke gevoelens te verwerken of dingen anders aan te pakken. Het doel van de therapie is dan om u te helpen uw psychische klachten te verlichten op een volledig onafhankelijke manier. De psychotherapeut dient zich tenslotte overbodig te maken !
Tijdens de therapie zal de therapeut beginnen met het maken van een "functie-analyse": samen met de cliënt wordt nagegaan hoe het probleemgedrag ontstaan is en hoe het verder in stand gehouden wordt. Meerdere factoren kunnen daarbij een rol spelen: vroegere negatieve ervaringen, belangrijke levensgebeurtenissen, invloeden van de omgeving, enzovoort. De specifieke probleemgedragingen worden gezien als een bijna automatische reactie op bepaalde prikkels; er zal ook gezocht worden naar factoren die het probleemgedrag stimuleren of juist afremmen; bovendien zal men ook oog hebben voor de gevolgen van de klachten voor het leven van de cliënt, en welke plaats ze in zijn leven zijn gaan innemen.
Voelt de therapeut aan dat zijn denkrichting niet zo geschikt is om te werken aan de specifieke problemen waarmee de cliënt zich bij hem aanbiedt, dan zal hij een andere therapeut voorstellen die volgens hem beter in staat is om de gepaste hulp te bieden.
"Geestelijke" of "psychische" gezondheid:
Volgens MASLOW hebben mensen een ‘strevende aard’, schijnen een soort energiebron in zich te hebben welke hen doet verlangen naar méér, verder, breder, voller, zinniger, meer vervullend (FREUD noemde dat ‘libido’, MASLOW spreekt van een tendens naar zelfrealisatie).
De psychisch gezonde mens zoekt naar mogelijkheden om het beste van zichzelf te maken, in zijn eigen sociale context en met zijn eigen capaciteiten. Slaagt hij daarin niet, dan voelt hij zich onbevredigd, gefrustreerd, zoekt hij naar ontsnappingswegen; maar het streven blijft bestaan. Altijd weer zien we dat mensen blijven vechten tegen wat hen inperkt, tegenhoudt, afremt.
Naast die nood aan groei, aan zelfrealisatie, heeft ieder mens ook behoefte aan veiligheid, zekerheid, bescherming. Een gebrek aan veiligheid en zekerheid heeft een negatief effect op de groei. Gedreven door angst klampen sommige mensen zich vast aan het verleden, schrikken terug voor onafhankelijkheid, durven geen risico nemen, enz.
Beide krachten, de behoefte aan groei enerzijds, de behoefte aan veiligheid anderzijds, zijn eigen aan ieder menselijk wezen en vormen een fundamenteel dilemma in het menselijk bestaan. Ze zijn met elkaar verstrengeld in de zin dat zelfrealisatie en groei slechts mogelijk zijn wanneer er ook voldoende veiligheid bestaat.
Een kind dat zich bedreigd weet en onzeker is, zien we veel minder nieuwe dingen ondernemen en exploreren, ook al is ondernemingslust en exploratiedrang kenmerkend voor kinderen, ook al is dat in de eerste levensperiode de manier waarop de kleine mens zijn mogelijkheden onderzoekt en "zichzelf realiseert".
Inplaats daarvan zien we dat kind zoeken naar veiligheid, bijvoorbeeld door alleen de dingen te doen die door de omgeving expliciet goedgekeurd worden, door alleen iets te riskeren als mama in de buurt is, m.a.w. door zijn ondernemingsdrang min of meer op te geven omwille van de veiligheid. De groeitendens wordt dan op de achtergrond geschoven en vervangen door gedrag dat erop gericht is om ouders en andere gezagsfiguren te behagen, en zich te vrijwaren van afkeuring en isolatie. Mutatis mutandis zien we hetzelfde patroon trouwens ook bij onszelf optreden: onzekerheid en een gevoel van onveiligheid doen ons eerder in de schelp kruipen dan dat het ons stimuleert om nieuwe mogelijkheden te verkennen.
Hoewel de behoefte aan zelfrealisatie kan afgeremd en op de achtergrond gedrongen worden, toch blijft de "energiebron" wel degelijk bestaan, zoekend naar vervulling. De groei-energie blijft dus wel aanwezig, maar ze is dan vaak "verkeerd gericht": ze kan afglijden naar een streven dat niets meer te maken heeft met zelfvervulling, maar eerder een constant zoeken naar veiligheid weerspiegelt. Dat noemen we het neurotische streven: ik wil de mooiste, de beste, de slimste, de rijkste zijn ...
Men kan rustig stellen dat iedereen in zekere mate neurotisch is, geestelijk "ongezond" functioneert. Bijvoorbeeld wanneer we ons gedrag meer afstemmen op wat anderen van ons (lijken te) verwachten, inplaats van datgene te doen wat eigenlijk "goed" is voor ons, wat we in feite willen. Of wanneer we ons vastklampen aan oude gewoonten, waarbij we ons wel zekerder voelen maar die ons ook ter plaatse doen trappelen. Of wanneer we onze beste krachten besteden aan het waarmaken van de identiteit die anderen ons toeschrijven. Of wanneer we handelen zonder nog goed te beseffen wat ons bezielt.
Neurose is geen ‘voorrecht’ van enkelingen die we als min of meer geestesziek bestempelen: we handelen allen neurotisch zodra ons gedrag niet meer afgestemd is op onze werkelijke noden.
We overleven dat meestal wel, natuurlijk. We leren leven met ontevredenheid, we leren ons neerleggen en opgeven, we laten onze idealen achter en worden ‘realisten’. Kortom, we proberen ons aan te passen aan de grenzen en beperkingen die het (onveilige) leven ons heeft opgedrongen.
Wanneer mensen besluiten om "in therapie" te gaan, is het meestal slechts wanneer het leven onleefbaar geworden is, wanneer er een ‘breekpunt’ is dat signaleert: het kan niet verder, niet op deze manier. Bijvoorbeeld:
* wanneer voortdurende spanningen en constante zelfcontrole geleid hebben tot rugklachten;
* wanneer de opgekropte kwaadheid tenslotte geleid heeft tot een depressie;
* wanneer de angst voor het oordeel van de anderen tenslotte zo overheersend wordt dat men niet meer de deur uit durft;
* wanneer men zijn driftbuien niet meer onder controle kan houden, tenzij door te drinken of te slikken;
* wanneer men de gedachte aan zelfmoord niet meer kan opzij zetten, omdat eenzaamheid en isolatie ondraaglijk geworden zijn.
Vaak hebben mensen ernstige lichamelijke klachten of crisis-situaties nodig om het besef te laten doordringen dat het zo niet meer verder kan, dat er dringend iets moet gaan gebeuren.
En eens dat besef bestaat, kost het vaak nog heel wat tijd en moeite om de drempel naar therapie te nemen: men moet eerst nog de mythes ("therapie is alleen voor gekken") en de angsten (het fundamentele gevecht tussen het verlangen naar en de angst voor verandering, "wat gaan ze daar met mij doen ?") overwinnen.
Als u hulp zoekt voor psychische problemen, is een gesprek met uw huisarts een goede eerste stap. De huisarts kan u helpen om problemen op een rijtje te zetten en u informeren over mogelijkheden van hulpverlening. Psychotherapie is niet de enige mogelijkheid. Soms is hulp van een maatschappelijk werker meer aangewezen. In overleg met uw huisarts kunt u bepalen of u wilt worden doorverwezen naar een psychotherapeut (http://www.vvpp.be/nvp/algemeen.html).
Welke behandeling kan gegeven worden ?
- Individuele psychotherapie voor adolescenten en volwassenen.
- Ouderbegeleiding bij opvoedingsproblemen.
- Individuele begeleiding van adolescenten en jong volwassenen.
Indien u voor uw persoonlijke of gezinssituatie met vragen zit, dan wordt er samen met u naar een geschikte aanpak van de problematiek gezocht.